Jaron heeft de motor uitgezet en we drijven richting een desolaat strookje zand. De zon brandt en ik voel mijn huid trekken. ‘El Amargal.’ De vinger van Jaron volgend zie ik een eenzame hut prijken boven op een heuvel. Direct achter het hutje staat een ondoordringbare muur van groen. (Colombiaans carnaval, hoofdstuk 1 Welkom in de jungle)